Hoofdstuk 1
___________________________________________________________________________
|
|
In 1975 verscheen van de hand van Hans Kennis het boek “Paranormale Stemmen”, uitgeverij Fidessa Bussum, dat deels een vertaling van de boeken van de Duitse EVP-pionier Konstantin Raudive was, met daaraan toegevoegd hoofdstukken over het Nederlandse EVP-onderzoek.
Daarnaast schreef
hij een aantal artikelen over dit EVP-fenomeen als wetenschappelijk
redacteur van de tijdschriften Mens en Wetenschap en Aarde en Kosmos. |
|
Hiermee werd slechts in 1977 één klein mager resultaatje geboekt: een kort onverklaarbaar signaaltje. Terwijl met EVP-experimenten per dag honderden “signalen” kunnen worden geregistreerd...! Aanvankelijk wuifden veel parapsychologen dit EVP-verschijnsel weg als “psychokinetische” gedachtenflarden van het eigen onderbewustzijn der experimentator, zonder daar overigens verder überhaupt onderzoek naar te willen doen. Deze “animistische” hypothese heeft Hans Kennis 35 jaar lang uitvoerig getest en hij kwam tot de conclusie dat deze theorie bij EVP absoluut niet opgaat. Dit deed hij door vele testen toe te passen, waaruit bleek dat hij soms zelfs verkeerd werd verstaan, een fout die het onderbewustzijn nooit zou maken! De stemmen hebben duidelijk een geheel zelfstandig en “ik-vreemd”, niet herkenbaar karakter. Bovendien is er sprake van vrouwen-, kinder- en mannenstemmen, telkens met andere intonaties. Met andere woorden: er bestaat geen directe relatie met eigen bewuste of onderbewuste gedachten. Sinds een aantal jaren werkt Hans Kennis met een nieuwe opnametechniek: “Digital Noise Generating” (D.N.G.), waarmee voor het eerst langere en beter verstaanbare zinnen kunnen worden opgenomen. Aanvankelijk had hij al in 1973 geconstateerd dat microfoonopnames met oudere typen bandrecorders beter verstaanbare stemmen opleverden. Deze hadden n.l. geen ruisonderdrukking, een belangrijke factor! Dit zette hem op het spoor van “stochastische resonantie”, waar de Amerikaanse Prof. Bart Kosko grote vooruitgang mee boekte. Kosko had ontdekt dat men geluiden op de rand van het hoorbare beter kon horen en verstaan door ze te bombarderen met stochastische (willekeurige) noise-deeltjes, waardoor deze zwakke geluiden gingen resoneren en de amplitude (frequentie) daarvan werd verhoogd. Het voordeel van computerprogramma’s als Adobe Audition of Cool Edit is dat men deze toegevoegde ruis (“White Noise”) digitaal weer exact kan weghalen, waardoor het nu versterkte signaal loskomt van de achtergrond. Sinds 1973 registreerde Hans Kennis ca 200.000 paranormale stemmen op de band en later op de computer. Ca 10% daarvan is goed verstaanbaar en een goede basis voor inhoudelijke interpretaties van wat de stemmen zelf te melden hebben. Na 35 jaar intensief onderzoek is hij ervan overtuigd geraakt dat we hier blijkbaar te maken hebben met een contact met een andere dimensie: met die gebieden, die men gewoonlijk het hiernamaals noemt (de z.g. “spiritistische hypothese”). Deze overtuiging kreeg hij vooral door de vele identiteitsbewijzen die hij in de loop der jaren registreerde van overleden familieleden en kennissen. Zij bewezen daarbij afdoende over kennis te bezitten die alleen deze overleden personen konden hebben (zie hoofdstuk 5:IDENTITEITSBEWIJZEN). Volgens hem kan het EVP-fenomeen de mensheid absoluut objectief registreerbare en direkte bewijzen leveren voor een individueel voortbestaan van onze geest na de lichamelijke dood. EVP-registraties komen het dichtst bij een technisch-wetenschappelijk waterdicht bewijs voor de survival-hypothese. Ook vrijwel alle andere EVP-onderzoekers, waaronder Jürgenson en Raudive zelf, zijn altijd tot diezelfde conclusie gekomen.
De afgelopen jaren
heeft Hans Kennis met diverse EVP- onderzoekers samengewerkt (o.a. Leon
Stam, Michel van Akkeren, Frans Funken, Ralph Hummeling, Herman Baars, Jolanda Snijders
en vele anderen die hem bleven enthousiastmeren en steunen om dit
onderzoek voort te zetten).
©2008 Hans Kennis |
|
|